sanneke huisman

kunstkritiek

Mini-Stedelijk in Oost

Julian Dashper – Donald Judd
27 januari t/m 24 maart 2013
PS Project Space, Amsterdam

Julian Dashper (1960-2009) en Donald Judd (1928-1994) doen het goed samen. Al ver voor ik de tentoonstelling in PS zelf bezocht, zag ik de aantrekkelijke beelden van de tentoonstelling in menig kunsttijdschrift. Ze tonen het grijs metalen strakke meubelstuk van Judd – een Judd zoals we deze kennen dus – met daarachter de even strakke maar felgekleurde schilderijen van Dashper. De twee kunstenaars zijn op esthetische wijze in de white cube van PS geplaatst.

Zes keer eerder exposeerde de Nieuw-Zeelandse kunstenaar Dashper al in Amsterdam, in de huiskamer van zijn vriend Jan van der Ploeg. Inmiddels exposeert kunstenaar en kunstliefhebber Van der Ploeg niet meer in zijn woning, maar maakt sinds ruim anderhalf jaar tentoonstellingen in PS – zijn kunstruimte in Oost. Voor het eerst toont hij er werk van de inmiddels overleden Dashper; ditmaal samen met diens grote inspirator Donald Judd. In 2001 kreeg Dashper van de Chinata Foundation een artist in residence plek in Marfa, Texas; daar waar Donald Judd vanaf 1971 tot aan zijn dood actief heeft gewerkt, en waar nu nog zijn nalatenschap wordt bewaard. Al kwam dit moment laat in de carrière van Dashper, het heeft de kunstenaar sterk beïnvloed.

Dit bracht de kunstenaar van Nieuw-Zeelandse afkomst in contact met westerse abstractie, iets wat in zijn vroege jaren aan de andere kant van de wereld niet zo eenvoudig was. Het lijkt zijn interesse in Europese en Amerikaanse kunst alleen maar versterkt te hebben, want het werk van Dashper is zichtbaar schatplichtig aan de westerse traditie van abstractie. Het zal mijn eigen westerse blik wel zijn, maar ik zie in het werk een keur aan verwijzingen naar bekende abstract werkende kunstenaars. Untitled (1999) bijvoorbeeld, een geel – blauwe ‘schietschijf’, lijkt een bijna letterlijke kopie van de schilderijen van Jasper Johns, Untitled uit 2005 toont met zijn strakke vorm en scherpe contrast op een goede manier vertrouwd, en Untitled (2007) doet mij door de rood witte strepen – uiteraard – denken aan het werk van Daniel Buren.

Het samenbrengen van het werk van Dashper en de vader van de Minimal Art Donald Judd, is dan ook een mooi gegeven. Wel lijkt de tentoonstelling door het herkenbare werk van Dashper aan kracht in te boeten. De gelijkenis met zijn voorgangers is zo sterk, dat het even een zeer beknopt overzicht van abstracte kunst uit de jaren ’60 lijkt te zijn – en daarin kan PS natuurlijk niet concurreren met bijvoorbeeld het Stedelijk Museum. Ook over de uiteindelijk gepresenteerde selectie heb ik zo mijn twijfels. Niet dat het niet werkt, dat zeker niet. Maar het meubelstuk van Judd heeft geen daadwerkelijke relatie met de werken van Dashper – niet meer dan dat het een Judd is. Dashper heeft zijn werken niet in relatie tot dit werk gemaakt, of heeft het misschien wel nooit gezien, waardoor het eigenlijk ieder werk van Judd had kunnen zijn. In combinatie met de wel erg perfect gecomponeerde presentatie van Dashper’s werk, lijkt de  tentoonstelling voornamelijk op formele gronden te zijn samengesteld.

Toch heeft deze benadering zo zijn effect, illustreert Dashper’s English White Chain (1995). Deze wit geverfde ijzeren ketting is in vorm afwijkend van de rest; het roept bijvoorbeeld geen associatie op met een Amerikaanse of Europese kunstenaar. Het blijkt het ‘oudste’ werk in de tentoonstelling. Dashper maakte het nog voor zijn residency in Texas, waarmee het een belangrijk moment in zijn oeuvre markeert. Pas later is hij de meer hem kenmerkende abstracte schilderijen gaan maken – in mijn ogen zijn sterkere werken. De tentoonstelling toont hiermee de grote invloed die Judd op de Nieuw-Zeelandse kunstenaar had – en hoe dit zijn werk ten goede kwam. Dashper en Judd, die doen het goed samen.