sanneke huisman

kunstkritiek

Hedendaagse historie

Summer Painting Show 2012: 30 Days of Peace Love and Painting
Ellen de Bruijne Projects, Amsterdam
7 juli t/m 1 september 2012

De werken van zowel gevestigde als beginnende kunstenaars hangen in de galerieruimte van Ellen de Bruijne gemoedelijk bij elkaar. De zomershow 30 Days of Peace Love and Painting is er één die niet overdondert, maar langzaam steeds meer tot leven komt. De voornamelijk kleine werken van 21 kunstenaars die in de Amsterdamse galerie worden getoond, blijken bij nadere bestudering vol verwijzingen naar het verleden – en van overwegend hoge kwaliteit.

Van Jo Bear worden twee collages getoond, die getuigen van oog voor detail en liefde voor het materiaal. De voormalig Minimalist uit New York tekende en verfraaide voor Altar of the Egos, Printing Version, 9 (2005) kleine afbeeldingen van onder andere een pauw en een krokodil met potlood. De werkjes contrasteren op mooie wijze met het schilderij van Mark Kent ernaast, dat bestaat uit geometrische vlakken in grijstint, in een compositie die doet denken aan het werk van George Korsmit. Ook deze kunstenaar is in de tentoonstelling terug te vinden. Van zijn drie getoonde werken – waaronder een sculptuur – weet het schematische Sketch for Slash (2001) het meest te boeien. Dit bestaat uit een raster van genummerde en becijferde vlakken die allemaal met een andere kleur zijn ingevuld. De kleurstudie doet hierdoor enigszins denken aan het Bauhaus.

Naast deze losse historische verwijzing hangen in de galerie meer werken die aan het verleden lijken te refereren – of een soort nostalgie uitstralen. De inkttekeningen van Ansuya Blom bijvoorbeeld, zijn gemaakt op bladzijden uit een boek. De drie getoonde werken zijn onderdeel van het omvangrijke Concept of Anxiety (2007-2009), waarvoor de kunstenares tientallen bladzijden van tekeningen voorzag. De combinatie van fijne tekeningen – van onder andere mieren – en typografie, zorgt voor een oogstrelend geheel. Ook de werken van Renato Gelante weten een authentiek gevoel op te roepen. De kunstenaar maakte de aquarelachtige werken – die doen denken aan oude meesters – met behulp van koffie, alcohol en vuur (om de randjes te branden). De meest directe verwijzing naar het verleden is te vinden bij JP Munro, wiens werk duidelijk is gebaseerd op dat van kunstenaars als Titiaan. Het kleurige The Battle of Issus is echter niet veel meer dan een historische pastiche en behoort tot de mindere van de tentoonstelling.

Eén van de sterkste beelden is opvallend genoeg eveneens niet los van kunsthistorische referentie; Painter 12a van Craig Drennen laat zich bijna lezen als een ode aan abstracte schilderkunst, zonder dat de kunstenaar daarbij expliciet zijn voorgangers citeert. Door de combinatie van elementen van het constructivisme (compositie),  expressionisme (penseelstreek) en dadaïsme (collage-elementen), weet Drennen een mini-geschiedenis van abstracte kunst in één beeld te vangen.

Van dikke klodders verf tot fijne penseelstreek, van geometrische vlakken tot geraffineerde schetsen en van tekeningen tot een geverfde aluminium sculptuur: de op het eerste oog gebroederlijke eenheid ontpopt zich tot een uiteenlopende verzameling werken. Ellen de Bruijne Projects toont met de zomershow 30 Days of Peace Love and Painting op subtiele wijze schilderkunst in de breedste zin van het woord.