sanneke huisman

kunstkritiek

De nuances van de duisternis

08.09.2012 – 21.10.2012
SMART Project Space, Amsterdam
8 september t/m 21 oktober 2012

Het was een donkere namiddag toen ik de installatie 08.09.2012 – 21.10.2012 van Giorgio Andreotta Calò in voormalig pathologisch anatomisch laboratorium SMART Project Space bezocht. De receptioniste vroeg me mijn schoenen uit te doen, en gaf me en passant een waarschuwing mee: “Door het sombere weer is het nogal donker binnen, niet schrikken hoor!” Nou, donker was het. Schrikken, daarentegen, bleek niet het best gekozen woord. Het gevoel dat ik in de installatie bij SMART heb mogen ervaren laat zich meer omschrijven als pure angst. De installatie van Calò – door Emanuele Wiltsch Barberio voorzien van geluid – is prachtig, poëtisch en sereen; maar bovenal intens en donker.

De expositieruimtes van de kunstinstelling zijn volledig verduisterd, op in iedere ruimte een klein gaatje na. Via een ronde opening op het raam komt daglicht naar binnen. Dit zorgt voor een ‘afdruk’ van de buitenwereld op de muren en vloeren van de tentoonstellingsruimte. Het is alsof je je in een camera obscura begeeft, met op ieder tijdstip van de dag een ander beeld. De schaduwen van de bomen buiten SMART zorgen voor een intens donkere lichtinstallatie – voorzien van een minstens even ‘donker’ geluid.

Deze geluidsinstallatie van Barberio is een belangrijk onderdeel van het werk. Een zware brom hult alle ruimtes in een dichte nevel van geluid, waardoor je nog meer wordt ondergedompeld in de duistere wereld. Na de eerste paar ruimtes begin je echter aan de donkerte en het indringende geluid te wennen, en wordt meer en meer het schaduwenspel in de ruimtes zichtbaar. Het doet enigszins denken aan het werk van Paul Chan, die eveneens de vloeren van tentoonstellingsruimtes tot sprookjes van licht kan omtoveren. Maar waar Chan ons met zijn werk een Disney-verhaal voorschotelt, is dat van Calò meer van het kaliber Grimm. Calò toont niet de kleuren van het licht, maar de prachtige nuances van de duisternis.

In de één na laatste ruimte had mijn angst zowaar plaats gemaakt voor verwondering.

Dit gevoel duurde echter maar even, tot het moment dat ik bij de allerlaatste ruimte aankwam – en oog in oog stond met een volledig donkere ruimte. Mijn eerste reactie was: hier ga ik niet in, ik loop terug. Maar ook dit donker wende, en na een poosje doemde de kleine lichtval vanuit het plafond op. Ik haalde opgelucht adem, liep door, en keek net voordat ik bij de deur naar buiten was aangekomen nog een keer om. Vanuit het donker zag ik de iets lichtere ruimtes van daarvoor, die zich vanuit dit standpunt toonden als een ondefinieerbaar grijs-wit. Op dat moment ervoer ik het echte gevoel van angst. Zo ziet het ‘licht’ aan het eind van de tunnel eruit, dacht ik nog, voordat ik met bonzend hart ‘dodenhuis’ SMART verliet. Ik kom denk ik nog eens terug als het zonnig is.

foto’s Niels Vis